Overige Wetenswaardigheden


 

Het sigarenbandje

Hoewel tegenwoordig nog slechts weinig Nederlandse sigaren van een sigarenbandje worden voorzien, is het sigarenbandje toch lange tijd één van de meest in het oog springende kenmerken van de (Nederlandse) sigaar geweest.

In 1880 kwam de in sigarenverpakkingen gespecialiseerde drukkerij Schött als eerste met bedrukte ringen op de markt. In Europa werd deze papieren ring voornamelijk gebruikt om beschadiging van het dekblad tijdens het roken te voorkomen. In Amerika, waarheen Schött ook in die jaren reeds exporteerde, gebruikte men de ring om aan te geven tot hoever een sigaar met behoud van de goede smaak kon worden opgerookt. Blijkbaar werden in die jaren in Amerika tabakken verwerkt, die bij verbranding zoveel teerprodukten afscheidden, dat het laatste gedeelte van de sigaar ongenietbaar werd. Rond 1890 begon men het bandje te gebruiken als verfraaiing van de verpakking, en om aan te geven dat de sigaar tot de beste kwaliteitsklasse behoorde. Zo gebruikte men vóór de Eerste Wereldoorlog, toen de prijs van het gebruikelijke model sigaar tussen 5 en 7 cent lag, slechts bandjes voor sigaren van 10 cent en duurder. Eind vorige eeuw begon de firma Schött voorzichtig met het toepassen van gouddruk (met goudinkt) bij de vervaardiging van de ringen. Aangezien men het procédé van reliëfdruk nog niet kende (en vlakgoud een doods effect geeft), gebruikte men voor de ringen 'gegolfd' papier. In 1897 kwamen de eerste ringen met echt bladgoud, die bijzonder fraai waren. Aangezien de bewerking met bladgoud buitengewoon kostbaar was, ging men echter geleidelijk over tot het gebruik van bronspoeder. Tegenwoordig wordt alleen nog in zeer speciale gevallen gebruik gemaakt van bladgoud. Omstreeks 1900 kwam de zogenaamde Bismarckring op de markt. Iedere fabrikant had in die tijd een luxe-merk in zijn collectie dat Bismarck heette. Schött ontwierp in die jaren slechts één ring per jaar voor eigen merken van fabrikanten. Na de Eerste Wereldoorlog kwam hier snel verandering in. Vanaf die tijd gebruikte iedere zichzelf respecterende fabrikant nog slechts ringen met zijn eigen merk.

Het roken van een Nederlandse sigaar

Er bestaan vele misverstanden omtrent het roken van een goede sigaar. Men doet er daarom verstandig aan het volgende ter harte nemen. Nederlandse sigaren kunnen vijf tot tien jaar zonder kwaliteitsverlies worden bewaard, mits dit onder de juiste condities gebeurt. Bewaar de sigaar bij voorkeur:

- in een cederhouten kist, of voeg een dun velletje cederfineer aan de verpakking toe.

- onder normale kameromstandigheden:

een temperatuur van 18 - 20o C en een relatieve vochtigheid van circa 60%.

De sigaar wordt aangestoken met een normale gasaansteker of lucifer (nadat eerst de zwavel is verbrand). Gebruik in ieder geval nooit een benzine aansteker! Neem kleine trekjes, en probeer de sigaar brandende te houden. Inhaleer niet, want het rookgenot wordt verkregen wanneer de rook in de slijmvliezen van mond en keel kan doordringen.

Een sigaar die is uitgegaan kan opnieuw worden aangestoken. Neem hierbij wel de volgende voorwaarden in acht:

- de sigaar mag niet korter zijn dan de helft van zijn oorspronkelijke lengte.

- de sigaar moet nog warm zijn.

Rook de sigaar niet verder op dan tot éénderde van zijn oorspronkelijke lengte. Na het roken drukt u de sigarenpeuk niet uit, maar legt u deze in de asbak waar hij vanzelf uitgaat.



N.V.S. Home    E-mail N.V.S.