De Sigaar


 

De Nederlandse sigaar

De Nederlandse sigaar wordt tegenwoordig voornamelijk vervaardigd in de regio Eindhoven (Valkenswaard, Eersel, en Duizel), aan de Zuid-Veluwezoom (Veenendaal en Wageningen) en in Kampen. Vroeger waren ook in Amsterdam vele bedrijven en bedrijfjes gevestigd, maar het verbod van deze nijverheid als huisindustrie deed deze grotendeels verdwijnen.

Wanneer we spreken over de Nederlandse sigaar, dan heeft dit echter niet zozeer betrekking op de werkmethode en vestigingsplaats van de fabrikant, maar meer op de samenstelling van de sigaar. Het karakter van de Nederlandse sigaar wordt namelijk gekenmerkt door een melange van overzeese tabakssoorten uit streken als Brazilië, Havana, Java en Sumatra. De Nederlandse kwaliteitssigaar bestaat in het algemeen voor 100% uit tabak, waarbij een drietal onderdelen te onderscheiden is: het binnengoed, het omblad en het dekblad.

Het binnengoed vormt 'de body' van de sigaar, en bestaat uit een mengsel van kleine stukjes blad van vaak meer dan 20 verschillende soorten tabak (de zogenaamde 'melange'). Alle soorten leveren hun eigen bijdrage aan het mengsel, en worden zorgvuldig in bepaalde verhoudingen door elkaar heen gewerkt tot een gelijkmatig samengesteld melange. De melange van tabakken bepaalt uiteindelijk de geur, smaak, brandbaarheid en het aroma van de sigaar. Het binnengoed van de sigaar wordt bijeen gehouden door een reep tabaksblad, dat omblad wordt genoemd. Het omblad moet zowel stevig als soepel zijn, om het binnengoed te kunnen bundelen en de sigaar goed te kunnen vormen. Binnengoed dat met een omblad omwikkeld is noemt men ook wel bosje of wikkel. Het dekblad tenslotte is een smalle strook van de fijnste tabak, die spiraalsgewijs om het bosje gewikkeld wordt. Aangezien het dekblad de buitenkant van de sigaar vormt, moet het volkomen gaaf zijn om geen lucht te kunnen doorlaten. Bovendien moet het een egale, bruine kleur hebben en qua smaak en aroma zijn afgestemd op de rest van de sigaar. Het is dan ook niet verwonderlijk dat juist voor het dekblad de beste tabakken worden gebruikt, vaak afkomstig van Sumatra.

Cubaanse en Amerikaanse sigaren kennen een geheel andere samen- stelling dan de Nederlandse sigaar. Het binnengoed van deze sigaren bestaat uit lange dunne stroken, die in de lengterichting van het bosje liggen (de zogenaamde 'long-fillers'). Bovendien worden deze sigaren vochtig gehouden, terwijl de Nederlandse sigaar juist goed droog moet zijn, wil men er voor honderd procent van kunnen genieten.

Sigarenmodellen

Sigaren worden in vele modellen gemaakt. Sommige modellen zijn reeds van oudsher bekend, terwijl andere modellen slechts machinaal vervaardigd kunnen worden, en dus een kortere historie kennen. In de tijd van het handwerk was elk standaardmodel exact omschreven en waren complicerende afwijkingen van de standaard (bijvoorbeeld een kleiner vuureinde) aanleiding tot het betalen van opslagen op het grondloon per 1.000 stuks. Tegenwoordig is machinale produktie van elk model mogelijk, en worden sigaren nog slechts uiterst zelden handmatig gemaakt of (met dekblad) opgedekt.

De benaming van de verschillende modellen met de oude, ingeburgerde en mooi klinkende namen zegt tegenwoordig niet alles meer betreffende de grootte van de sigaar, maar geeft nog wel een indicatie ten aanzien van de grondvorm. De belangrijkste sigarenmodellen worden op bijgaande foto's weergegeven, en zijn als volgt te herkennen:

Cigarillos

De Cigarillos is afgewerkt verkrijgbaar, met flos (de zogenaamde Wilde Cigarillos)
en met een tuiteinde (de tuitcigarillos).

Senoritas

Wilde Havanna

Senoritas met flos.

Tuitsenoritas

Panatella

Corona


N.V.S. Home    E-mail N.V.S.