Productieproces

Om van het gefermenteerde tabaksblad een sigaar te maken moet nog een heel productieproces worden doorlopen. Allereerst moeten de tabaksbladeren worden ontdaan van de nerf, het zogenaamde “strippen” van de tabak. De tabak bestemd voor het binnengoed wordt daarna verkleind, gezeefd en met andere tabakssoorten gemengd tot het gewenste melange. Het arbeidsintensieve uitstansen van het dek- en omblad gebeurt in landen als Indonesië, Sri Lanka en de Dominicaanse Republiek. De gestanste dek- en ombladen worden daar op bobines (rollen vitrage-achtige stof) gelegd om, ingevroren, voor de verdere eindverwerking naar Europa te worden verzonden. In Europa worden de bobines, totdat ze worden gebruikt, in koelcellen bewaard. Na te zijn ontdooid worden de bobines op zogenaamde “compleetmachines” geplaatst en worden dek- en omblad samen met het binnengoed tot een complete sigaar verwerkt. De sigaren worden vervolgens gedroogd en ingepakt, waarna de verpakking zonodig wordt voorzien van de in het desbetreffende land vereiste gezondheidswaarschuwingen en accijnszegel.