Geschiedenis
De ontdekking van
Amerika
Hoe
lang er al door de mens gerookt wordt, is een vraag die waarschijnlijk nooit exact
beantwoord zal kunnen worden. De prikkelende en genotvolle werking van de tabaksplant was
aanvankelijk slechts bekend bij volkeren die leefden in gebieden waar de plant groeide,
zoals Zuid- en Midden-Amerika. De oudst bekende afbeeldingen van rokende Maya-Indianen
gaan terug tot zo'n 300 jaar na Christus! Europa maakte pas kennis met het roken van
tabak, nadat Columbus in 1492 Amerika ontdekte. De ontdekking van Amerika is een
gebeurtenis die allerlei wonderlijke misvattingen tot gevolg heeft gehad. Zo verkeerde
Columbus in de veronderstelling dat hij in Indië was geland, en daarom noemde hij de
archipel in de Caraïbische Zee West-Indië, en de bewoners Indianen. De Indianen gingen echter door met het aandragen van gedroogde bladeren,
welke dienden om er 'cohaba' van te maken. Op 6 november maakte Columbus in zijn logboek
melding van rokende inlanders:". . . Veel mannen, die een bepaald soort blad in hun
handen hadden en rook tot zich namen. Dit gebeurde door het blad op te rollen en aan één
kant aan te steken ...". Veel aandacht besteedden de Spanjaarden er echter niet aan:
men beschouwde het verwekken van walm uit deze bladeren als een van de vele heidense
gebruiken die deze volkeren kenden. Op zijn tweede reis moest Columbus op last van de Paus
een aantal monniken meenemen. Een van deze geestelijken sloeg het gebruik van de gedroogde
bladeren nauwkeurig gade. In een uit 1497 daterend geschrift vertelt hij dat men een pijp
gebruikte met twee buisjes, voor elk neusgat één. De roker snoof de walm door deze
buisjes op, waardoor hij in een staat van vervoering kwam, waar de anderen met eerbied
naar stonden te kijken. Terwijl de gewone man zich namelijk tevreden moest stellen met
tabak in de vorm van een pruim, mochten slechts opperhoofden en medicijnmannen de tabak
daadwerkelijk roken met behulp van zo'n pijp. Van de Spaanse schrijver Oviedo weten we dat
deze pijp 'tabaco' werd genoemd, en doordat de naam overging op het kruid dat werd
gerookt, zou de naam tabak zijn ontstaan. Tabak in Europa De leiders van de ontdekkingstochten stonden meestal afkeurend tegenover het gebruik van tabak. Alleen matrozen en soldaten probeerden het wel eens, maar dat moest dan in het geheim gebeuren. Het toegeven aan dergelijke Indiaanse gewoonten werd namelijk als iets minderwaardigs beschouwd, dat dan ook streng werd bestraft. In Europa leerde men het roken van tabak vrij spoedig na deze eerste ontdekkingsreizen op Amerika kennen. Spaanse zeelui brachten een voorraadje tabak mee en vertoonden hun kunsten aan het volk. Eén van hen, een zekere Rodrigo de Jeréz, bracht zichzelf hierdoor in grote problemen. De toeschouwers dachten namelijk dat hij bezeten was van de duivel, zodat hij voor vele jaren in de gevangenis verdween. Hij mocht echter nog van geluk spreken, dat hij niet op de brandstapel terecht kwam! Daarnaast zijn er nog talrijke verhalen bekend van de eerste rokers, van wie omstanders meenden dat zij in brand stonden. Men kwam dan ook vaak snel met emmers water aandragen om het inwendige vuur te blussen. Uit bovenstaande voorbeelden mag blijken dat het lang heeft geduurd voordat tabak in Europa daadwerkelijk als genotmiddel werd gebruikt. Aanvankelijk zag men het uitsluitend als geneesmiddel dat vele kwalen, waaronder de meest ernstige, zou kunnen verhelpen. Zo rapporteerde de Franse gezant in Lissabon, Jean Nicot, in 1559 uitgebreid aan de Franse koning over het 'kruid' tabak: wanneer men hoofdpijn had, was het voldoende om een tabaksblad tegen het voorhoofd te houden, en weg was de pijn! Uiteraard berustten deze verhalen grotendeels op fantasieën, maar toen het verhaal eenmaal de ronde deed, bleek er geen houden meer aan te zijn. Overal in Europa werd tabak aangeplant ter bestrijding van alle mogelijke ziekten. Zoals gezegd werd er slechts gerookt door enkele zeelui die het tijdens hun reizen hadden geleerd. Zij wekten in het algemeen echter meer afschuw dan navolging op. Het roken heeft tenslotte via Engeland toch zijn intrede in Europa gedaan. In Noord-Amerika werd door Engelse kolonisten tabak verbouwd in de streek Virginia. De eerste kolonisten die uit Virginia terug-keerden naar hun moederland, trokken de aandacht doordat zij uit pijpen tabak rookten. Met name het uitblazen van de rook door de neus maakte diepe indruk. Toen de stichter van Virginia, de vermaarde Engelse edelman Sir Walter Raleigh, zich bovendien een warm voorstander van het roken toonde, ging het in Londen al snel tot de goede toon behoren om aan dit nieuwe gebruik mee te doen. Zo kwamen er tabakshuizen, zoals er al wijn- en bierhuizen waren, waar men sprak van tabak 'drinken' (in Nederland noemde men het 'toeback suyghen'). Het was echter slechts weggelegd voor rijke mensen, want tabak bleef voorlopig erg duur. Het had overigens weinig gescheeld of het gebruik van tabak was weer geheel uitgebannen. Om misbruik van tabak tegen te gaan, gaf Jacobus I (koning van Engeland van 1603 tot 1625) een in het Latijn gesteld geschrift uit onder de titel 'Misocapnuc': De Rookhater. Hij ontkende daarin dat tabak enige geneeskundige kracht zou hebben. Bovendien stelde hij, dat roken een barbaars insluipsel en een gevaar voor de Engelse natie was, waardoor de standvastigheid van de Engelse mannen zeker achteruit zou gaan. Zijn onderdanen wilden echter niet luisteren en bleven doorgaan met het roken van tabak. Jacobus I werd opgevolgd door zijn zoon Karel I, die een schitterende en geldverslindende hofhouding voerde. Om deze dure hofhouding te kunnen betalen werd de tabak door hem zwaar belast, en mochten de Engelsen zoveel roken als zij wilden. Karel I werd daarmee de uitvinder van de nationale accijnsheffing op tabak. Dat de rookgewoonte ook elders ingang vond, en ook onze eigen voor- vaderen
een goede pijp tabak wisten te waarderen, bewijzen talloze schilderijen uit de Gouden
Eeuw. Hierop kan men zien dat zowel thuis als in herbergen met smaak werd gerookt.
Langzamerhand kreeg het roken in allerlei landen bovendien ook steun uit de hoogste
kringen. Zo liep de Russische Tsaar Peter de Grote de gehele dag met een pijp in zijn
mond. Na zijn terugkeer vanuit Nederland, kregen de Hollanders het voorrecht de tabak naar
zijn land te mogen exporteren. De sigaar in Nederland Tot dusver was, met uitzondering van het pruimen en het snuiven, de pijp steeds het middel tot het genieten van tabak geweest. Tegen het einde van de 18e eeuw kwam het roken van sigaren echter via Spanje ook in andere Europese landen in zwang. Zo rond 1800 deed de sigaar in geheel West-Europa zijn intrede, en werd het roken opeens zeer populair: de gehele samenleving in al haar geledingen deed eraan mee. In de meeste West-Europese landen had de overheid ondertussen ingezien dat er uit tabak hoge inkomsten te trekken waren. Een stroom van belastingpenningen vloeide dan ook naar de diverse schatkisten, waarbij sommige landen zich wat al te hebzuchtig toonden. Doordat zij een te groot profijt uit de tabak wensten te halen, belemmerden ze menigmaal zelf dat de inkomsten aan die verwachtingen konden voldoen! Andere staten namen de fabricage zelf ter hand, waardoor het product vaak vrij slecht van kwaliteit bleef. In Nederland deed men noch het een, noch het ander. Er werd wel belasting geheven, maar niet teveel. Bovendien liet men de fabricage over aan het particulier initiatief, waardoor een goed product ontstond dat qua prijs binnen ieders bereik viel. Gedurende vele jaren lag de sigarenconsumptie in Nederland dan ook ver boven de consumptie in andere landen. Aanvankelijk waren het vooral de zogenaamde thuiswerkers die een groot
aandeel in de productie hadden. Elke plaats van enige betekenis kende wel enige van deze
'huisvlijt-beoefenaars', die ook zelf het product aan de man trachtten te brengen.
Langzamerhand maakte de techniek zich echter ook van het sigarenmaken meester en
ontstonden sigarenfabrieken, zoals wij die ook nu nog kennen. |